|
Het grote verschil tussen willen en doen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|

Wij willen zoveel. Maar wat komt er in de praktijk van terecht? Soms verbijsterend weinig. Daarom heb je aan goede intenties niets als je verzuimd ze om te zetten in concrete actie.
1. Werkend Nederland ziet het als een groot goed om zijn eigen koers te varen. 2. Ruim 90 procent vindt het dan ook belangrijk om passie te hebben voor het werk. 3. Sterker nog, 82 procent geeft aan dat passie voor je werk een voorwaarde is voor succes. 4. De meerderheid streeft daarom actief (??) na om van de passie het beroep te maken.
Het drama schuilt er in dat driekwart van die gepassioneerde werknemers worden geremd in hun ambities. Ze voeren als redenen op:
- Jezelf in leven moeten houden. - Angst voor verandering. - Geen goede baan kunnen vinden die aansluit bij hun passie.
Och… gossie wat zijn wij toch zielig! Nog een interessant gegeven: de droombaan die men nastreeft is het hebben van een eigen zaak. Huh? Hoe moet ik dat rijmen met het feit dat ze geen baan kunnen vinden die aansluit op hun passie? Begin je eigen zaak. Dan hoef je helemaal niet te solliciteren.
Niet verder vertellen hoor, wat ze niet zeggen, maar eigenlijk het geval is: ze hebben het allemaal een beetje hoog in hun bolletje. Ze vinden dat ze recht hebben op meer. Natuurlijk hebben ze daarin vast gelijk. Wie ben ik om dat te ontkennen. Maar waarom komt er dan toch zo weinig van die passie terecht?
De ontbrekende schakel Heb je écht ambitie en passie voor een beroep - zoals het grote voorbeeld Herman den Blijker - dan doe je er werkelijk alles aan om je droom tot leven te brengen. Dan toon je een ongelooflijke wils- en daadkracht om je doelen te bereiken. Herman is onderaan de ladder begonnen en heeft zich een slag in de rondte gewerkt om te komen waar hij nu is. Het recept: discipline, doorzettingsvermogen, risico’s nemen, jezelf niet te groot voelen om het vuile werk op te knappen en een theelepeltje geluk.
Voor succes is meer nodig dan dagdromen over goede bedoelingen. Daarvoor is daadkracht nodig. Juist op dit punt laat menigeen het afweten.
Een voorbeeld uit mijn eigen trainingspraktijk. Tussen de trainingsdagen door geef ik vaak een huiswerkopdracht. Het is niet meer dan een uurtje werk. Vervolgens moet ik hemel en aarde bewegen om ze er toe te zetten deze opdracht te maken. En dan wil je niet weten wat ze er van bakken.
Ik zou zeggen Nederlandse werknemer: droom lekker verder. Het is zo’n een leuke en ontspannende bezigheid.
artikel: uit Manager Online, auteur Michel Hoetmer
|