dinsdag, 22 maart 2005
De belastingrechtspraak verloopt met ingang van 1 januari 2005 via twee feitelijke instanties: de rechtbank en het gerechtshof. In belastingzaken kan de belastingplichtige voortaan eerst bij de rechtbank in beroep gaan. Vervolgens kunnen zowel de belastingplichtige als de inspecteur bij het gerechtshof hoger beroep aantekenen. Tot 1 januari 2005 konden belastingplichtigen alleen bij het gerechtshof in beroep gaan tegen de uitspraak op een bezwaarschrift. Hierna kon eventueel bij de Hoge Raad in cassatie worden gegaan. Met ingang van 2005 is deze procedure gewijzigd. Belastingplichtigen kunnen een eerste beroep aantekenen bij de rechtbank, waarna zij bij het gerechtshof in hoger beroep kunnen gaan. Tot slot kunnen beide partijen in cassatie gaan bij de Hoge Raad.
Vijf rechtbanken Er zijn vijf rechtbanken waar belastingplichtigen in beroep kunnen gaan tegen de uitspraak op een bezwaarschrift. Dit zijn de rechtbanken van:
- Arnhem;
- Breda;
- Den Haag;
- Haarlem;
- Leeuwarden.
Voor de behandeling van het beroepschrift moet de belastingplichtige zich wenden tot de rechtbank die daarvoor binnen zijn ressort is aangewezen. Een ressort bestaat uit meerdere provincies (zie: overzicht ressorts).
Douanezaken worden alleen door de rechtbank Haarlem behandeld. Deze rechtbank behandelt ook de zaken die voorheen bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven berecht werden, zoals antidumpingheffingen en compenserende heffingen.
Hoger beroep Zowel de belastingplichtige als de inspecteur kunnen tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gaan. De gerechtshoven waar hoger beroep kan worden aangetekend, zijn dezelfde waar tot 1 januari jongstleden het eerste beroep kon worden ingediend. Dit zijn de gerechtshoven van:
- Amsterdam;
- Arnhem;
- Den Bosch;
- Den Haag;
- Leeuwarden.
Incidenteel hoger beroep Met de wetswijziging is de mogelijkheid van het incidenteel hoger beroep geïntroduceerd. Een dergelijke situatie kan zich voordoen, als beide partijen in eerste instantie gedeeltelijk gelijk gekregen hebben. Als één van hen hiertegen in hoger beroep gaat, kan de andere partij in een relatief ongunstige positie komen. In hoger beroep wordt namelijk uitgegaan van de gronden, zoals die door de appellerende partij zijn opgesteld. Daarom kan ook de partij die aanvankelijk in de uitspraak berustte, alsnog in het verweerschrift hoger beroep aantekenen. Zo kan ook deze partij haar bezwaren tegen de uitspraak van de eerste rechter naar voren brengen.
Schorsende werking hoger beroep Voor het betwiste deel zal de belastingplichtige meestal uitstel van betaling krijgen. De termijn van uitstel loopt tot het te betalen bedrag definitief vaststaat. Tot op heden werd al regelmatig uitstel verleend, maar was dit een gunst van de Belastingdienst. Met de invoering van de schorsende werking van het hoger beroep, is deze gunst wettelijk vastgelegd. De belastingplichtige die in het ongelijk wordt gesteld door de rechtbank, hoeft pas te betalen nadat het gerechtshof (of de Hoge Raad) zijn uitspraak heeft gedaan. De uitspraak van de rechtbank hoeft voor dat moment nog niet uitgevoerd te worden.
Sprongcassatie Met de wetswijziging wordt ook sprongcassatie mogelijk gemaakt. Hierbij besluiten de partijen in onderling overleg om het gerechtshof over te slaan. Zij gaan dan rechtstreeks in cassatie tegen de uitspraak van de rechtbank. Dit kan nuttig zijn als na de uitspraak van de rechtbank geen geschil meer bestaat over de feiten, en alleen een zuivere rechtsvraag de partijen nog verdeeld houdt.
Mondelinge en schriftelijke uitspraak Tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank kan hoger beroep worden aangetekend. Als de belastingplichtige in cassatie gaat tegen een mondelinge uitspraak van het hof, wordt deze uitspraak voortaan automatisch door een schriftelijke vervangen.
Overgangsrecht De wijzigingen zijn per 1 januari 2005 ingegaan. Beroepen tegen uitspraken die voor die datum op bezwaar gedagtekend zijn, moeten nog bij de gerechtshoven worden ingediend.
Bevoegde rechtbank Bij welke rechtbank een beroepschrift moet worden ingediend, is afhankelijk van het ressort waarin de belastingplichtige of onderneming gevestigd is. Hieronder staan de provincies per ressort, met daarbij de te raadplegen rechtbank:
- Friesland, Groningen en Drenthe:
Rechtbank Leeuwarden, Postbus 1702, 8901 CA Leeuwarden
- Flevoland, Gelderland en Overijssel:
Rechtbank Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem
- Noord-Holland en Utrecht:
Rechtbank Haarlem, Postbus 956, 2003 RZ Haarlem
- Zuid-Holland en Zeeland:
Rechtbank Den Haag, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag
- Noord-Brabant en Limburg:
Rechtbank Breda, Postbus 3332, 4800 DH Breda |